4 Aralık 2008 Perşembe

Delden

Delden (Nedersaksisch: Dealdn) is een stadje in de Nederlandse provincie Overijssel. Het ligt sinds 1 januari 2001 in de gemeente Hof van Twente. Daarvoor was Delden de hoofdplaats van de gemeente Stad Delden. Delden grenst in het noorden, westen en zuiden aan het eveneens tot Hof van Twente behorende Deldeneresch en in het oosten aan de gemeente Hengelo.
De stad Delden beslaat een oppervlakte van 5,96 km² en telde volgens cijfers van het
CBS op 1 januari 2008 7043 inwoners.
De gemeente Hof van Twente maakt deel uit van het
kaderwetgebied Regio Twente.
Delden was ook de naam van een voormalige gemeente die in 1811 was ontstaan uit het samenvoegen van het stadgericht Delden en het westelijk deel van het richterambt Delden. Het oostelijk deel van het richterambt Delden, namelijk de buurschappen
Woolde met het dorp Hengelo, Oele en Beckum, vormde vanaf toen de gemeente Hengelo. In 1818 werd de gemeente Delden gesplitst in de gemeenten Stad Delden en Ambt Delden.

Geschiedenis
De oudste vermelding van Delden gaat terug tot 1036 na Christus. Toen schonk bisschop Meinwerk van Paderborn onder andere het praedium Theldene aan het door hem opgerichte klooster Busdorf bij Paderborn. Uit latere goederenlijsten blijkt dat dit landgoed een hof betrof met 30 horige erven. Niet alle erven lagen echter in Delden, minstens een erf lag in Driene, een ander in Twekkelo. Delden zelf was in deze tijd vermoedelijk nog slechts een buurschap, het huidige Deldeneresch. In 1239 verkocht het klooster de hof aan Johannes van Ahaus.
In 1118 wordt de kerk van Delden voor het eerst genoemd. De bisschop van Utrecht schonk deze toen met de kerk van
Enschede aan het Kapittel van Sint-Pieter in Utrecht. Dit verkocht de rechten in Delden in 1294 door aan het Kapittel van Sint-Lebuïnus van Deventer. De oudste bouwfragmenten van de huidige kerk, de Oude Blasiuskerk stammen uit de 12e eeuw.
In de buurschap Delden ontstond een nederzetting van ambachts- en kooplieden. In de 13e of begin 14e eeuw verwierf dit dorp zekere voorrechten. Deze rechten werden in 1322 door bisschop
Frederik II van Sierck bevestigd, toen de Deldenaren hun dorp c.q. stadje verplaatsten om het beter te kunnen verdedigen. Het stadje werd rond de al bestaande kerk opnieuw opgebouwd. In 1333 kreeg Delden vervolgens dezelfde stadsrechten als Oldenzaal.
Delden was een kleine versterkte
stad met twee stadspoorten: in het westen de Goorsepoort en in het oosten de Woolderpoort. De stad met zijn omgrachting is goed te zien op de door Jacobus van Deventer gemaakte kaart. Van de oorspronkelijke vestingwerken is niets overgebleven. De restanten van de stadsgracht werden eind 19e eeuw gedempt. Uit het verloop van de straten Noord- en Zuidwal en Noorder- en Zuiderhagen kan men echter de vorm en ligging van de vroegere verdedigingswerken afleiden.
Ten tijde van de
Nederlandse Opstand werd Delden in 1583 en 1584 ingenomen, geplunderd en in brand gestoken door respectievelijk Spaanse en Staatse troepen. In 1655 verwoestte een grote stadsbrand 120 gebouwen, waaronder het stadhuis, het gasthuis en een armenhuis. De Oude Kerk is het enige nu nog bestaande gebouw dat de stadsbrand heeft overleefd.
In
1886 liet Baron van Heeckeren van Wassenaer op het landgoed Twickel boringen naar drinkwater uitvoeren. Men stuitte bij toeval op zoutlagen. Dit was de eerste ontdekking van zout in de Nederlandse bodem. Tot dan kwam het zout vooral uit Duitsland. Toen de zoutimport ten tijde van de Eerste Wereldoorlog moeilijk werd, besloot men in 1918 om zelf zout te winnen voor de Nederlandse markt.
Het kasteel
Twickel ligt vlak bij de stad. De heren van Twickel hebben altijd veel met Delden te maken gehad. Zo heeft een heer van Twickel de kenmerkende watertoren gebouwd en kregen de heren van Twickel het collatierecht van de kerk in Delden in handen. Overal in Delden is trouwens ook de band voelbaar met Twickel. Dit grootste particuliere landgoed van Nederland omvat een kasteel met voorhof, tuinen en bijgebouwen. Overige bezienswaardige monumenten met een grote historische waarde zijn de Houtzaagmolen, het Zoutmuseum, de Oude Blasiuskerk en de RK Blasiuskerk.

Bezienswaardigheden

In Delden
Nieuwe Blasiuskerk, neogotische pseudobasiliek uit 1872. De 69,1 m hoge toren werd voltooid in 1893.
Oude Blasiuskerk, gotische hallenkerk uit de 15e en 16e eeuw met resten van romaanse voorganger (12e eeuw). Toren uit 1516. Deels 17e-eeuws kerkinterieur, orgel van C.F.A. Naber uit 1847.
De Kroon, Markt 5, vroeger posthuis en logement met klokgevel uit 1764.
Rentmeesterij, Hengelosestraat, voormalige rentmeesterij van
Twickel, gebouwd in 1726 als particulier woonhuis van de richter van Delden, sinds 1838 bezit van Twickel. In 1867 uitgebreid met torentje en verdieping.
Stadspomp op de Markt. Monument in de vorm van een pomp uit 1894. Opgericht als dank aan de Heer van Twickel voor het aansluiten van Delden op de Twickelse waterleiding.
Zoutmuseum, museum gewijd aan onder andere de geschiedenis van de Twentse zoutindustrie. Gevestigd in het oudste vroegere gemeentehuis van Stad Delden (1657/1873/1906)

Rond Delden
Houtzaagmolen
Kasteel Twickel, kasteel uit de 16e, 17e en 19e eeuw met omvangrijke tuinen, park en bossen
Noordmolen, wateroliemolen
Watertoren, gebouwd in 1894 in neorenaissancestijl
Museumboerderij De Wendezoele























Sport en recreatie

Delden heeft twee voetbalclubs. De grootste (van oorsprong katholieke) is VV Rood-Zwart. De kleinere voetbalclub is SV Delden.
Op sportpark de Mors bevinden zich voetbalclub SV Delden, de tennisclub, de handbalclub en de korfbalclub. Ook bevindt zich hier het gelijknamige opluchtzwembad de Mors. Dit bad trekt in de zomermaanden altijd veel bezoekers vanuit heel Twente. Op sportpark 'De Scheetheuvel', gelegen aan de westzijde van Delden, bevinden zich de velden van VV Rood-Zwart.
Tevens kent Delden een lange scoutinghistorie van drie scoutingverenigingen (De Kardinaal Van Rossum-groep, de Elisabethgroep en de Twickelgroep). In 1998 gingen de Van Rossum-groep en de Elisabethgroep samen verder onder de naam Van Rossum-Elisabeth. De Twickelgroep fuseerde in 2003 met de andere groep. De naam bleef echter Van Rossum-Elisabeth. In 2006 werd de nieuwe blokhut voltooid en sindsdien bevindt Scouting Delden zich aan de rand van het recreatiegebied de Mors.
Delden is gelegen aan de Europese
wandelroute E11, die loopt van Den Haag naar het oosten, op dit moment tot de grens Polen/Litouwen. Ter plaatse is de route ook wel bekend als Marskramerpad of Handelsweg. De route loopt onder andere door landgoed Twickel.
















Verkeer en vervoer
Sinds 1 november 1865 beschikt Delden over een
station en een spoorverbinding met Zutphen en Hengelo, onderdeel van Staatsspoorlijn D Zutphen-Hengelo-Enschede-Gronau. Sinds 2005 onderhoudt Syntus een halfuursdienst voor reizigersvervoer met Zutphen en Hengelo/Oldenzaal.
Delden ligt aan de provinciale weg
N346 die leidt naar de snelweg A35.
Aan de zuidkant van Delden ligt het
Twentekanaal.

Wijken in Delden
Centrum
Centrum-West ('t Kip)
Vogelweide
Villapark
Koninginnebuurt
Vossenbrink (Burgemeestersbuurt)
Ruperts Erf
Braak-Oost (Veldbloemen)
Braak-West (gereed 2009/2010)

Trivia
Arthur Seyss-Inquart vluchtte na de Tweede Wereldoorlog vanuit Flensburg naar het juist nog "bezette" Nederland waar hij al snel door de binnenrijdende geallieerde troepen gearresteerd werd. Wekenlang werd de Rijkscommissaris vastgehouden in een speciaal gevangenenhuis in Delden (nabij de Watertoren);
In Delden en omgeving staan de
Deldense moppen bekend als lekkere lokale traktatie;
Delden heeft al 15 jaar een (commercieel) radiostation genaamd Twickelstad FM, dat uitzendt in heel Twente;
Delden heeft een eigen weekblad: Hofweekblad, voorheen Deldens Weekblad.

Geboren
Simon Dik (6 september 1940 - 1 maart 1995), taalkundige
Ton Goeman (24 november 1943), taalkundige
Henri Lenferink (1957), politicus (o.a. burgemeester van Leiden)
Hajé Schartman (1937-2008), winkelier en politicus (o.a. gemeenteraadslid van Delden)
Ingrid Wender , cabaretier (De Bloeiende Maagden)
Nicolaas van Wijk (1880-1941), taalkundige

Hiç yorum yok: